wp507a36ca_0f.jpg
wp998c951e.png
wpb58c74c4.png
wpaf4de968.png

© 2009 J.Bijman                                                                                                                      Icarus Enterprises

 

wp85d8dd22.png
wpe0acb6e8.png
Bijman Lab
wpe366f142.png
wp7cc814a1.png
wpa36b4955.png
God of wetenschapper is niet van belang want wie de tijd naar zijn hand tracht te zetten zal door diezelfde tijd op het verkeerde been worden gezet. Want tijd en be-weging zijn maximaal in den beginne, en beiden lopen dus terug in de tijd. In een voortschrijdende wereld is dus elke uitspraak a priori in tegenspraak met zichzelf en het voor ons misleidende beginsel daarachter heet inductie. Die inductie (zie DNA) kon hier zelfs als "anti-afgeleid van zichzelf mechanisme" over de volle lengte van het genoom worden aangetoond. De mens is daarom, gelijk al het andere om ons heen, een illusie.

Nietzsche schetste eind 19e eeuw in ‘De vrolijke Wetenschap’ een scenario waarin de plaats van God na diens dood ingenomen zou worden door de wetenschap. En volgens Nietzsche zou dat niet zonder gevaar zijn want ook de wetenschapper zou zich net als God hoeven te bekommeren om niets. Noch om de moraal (Nietzsche) en, zoals de afgelopen 40 jaar duidelijk is geworden, noch om de kennis. En inder-daad, wie anno 2009 een Universiteit betreedt valt hoe dan ook in een schaamteloos diep kennisloos zwart gat.

Nietzsche had gelijk. De huidige wetenschapper gedraagt zich als God, oordeelt als God, en heeft zich met zijn absolute minimum aan universele kennis ook nog eens  gruwelijk verkeken op het fenomeen inductie. Alles, inclusief zijn DNA, blijkt daar-door een anti-afgeleide van zichzelf te zijn en dat ontdoet elk van de uitspraken van een wetenschapper van elke logica en rede. En precies dat is het meest gevaarlijke wat ons kon overkomen. Want het bèta-wetenschappelijk bolwerk is nu geheel ontdaan van zijn fundamenten.

Door de ontmaskering van de bèta-wetenschap als geloof of, zo u wilt, bijgeloof, is haar aanspraak op rationaliteit van elke betekenis ontheven. Maar daar zal de wetenschapper niet graag van willen horen, (Heidegger), en zeker niet na 2500 jaar superieur geacht Aristotelisch-Christelijk westers denken. De krachten die zich uit zo’n wijdverbreid geloof kunnen losmaken mogen daarom niet worden onderschat. Te vrezen valt dat het ergste nog moet komen (Schopenhauer).